Tentoonstellingsbezoek

De hertogen van Bourgondië hielden van pracht en praal. Dat is bekend en werd door Bart Van Loo in zijn bestseller De Bourgondiërs ten overvloede aangetoond. Dynastiek gezien behoorden de hertogen tot het Franse koningshuis Valois. De eerste Bourgondische hertog Filips de Stoute – in Frankrijk staat hij bekend als Philippe le Hardi – was een broer van de Franse koning Karel V. Hij wandelde onze geschiedenis binnen door zijn huwelijk in 1369 met Margaretha van Male, dochter van de Vlaamse graaf Lodewijk van Male. Het huwelijk vond plaats in de Sint-Baafsabdij te Gent. In 2024 nam het Gentse stadsbestuur op voorstel van Bart Van Loo het initiatief om ter herdenking van dit vorstelijke huwelijk een gedenksteen aan te brengen op de site van de verdwenen abdijkerk. De in 1369 ontstane connectie met het Vlaamse gravenhuis zou het begin worden van een Bourgondische huwelijkspolitiek met dynastieke ambities.

Filips de Stoute en zijn opvolgers gedroegen zich op het Europese politieke schaakbord zonder scrupules als de gelijken van de Franse en Engelse koningen. Hoewel zelf van Franse koninklijken bloede wisselden ze tijdens de Honderdjarige Oorlog vlotjes van kamp tussen de Engelse en de Franse partij wanneer dat strategisch in hun kraam paste. Paleisintriges, moordaanslagen en een burgeroorlog tussen de koninklijke en de Bourgondische tak van de Valois maakten allemaal deel uit van een nietsontziende machtsstrijd tussen beide families. Uiteindelijk beoogden de Bourgondische hertogen niets minder dan de creatie van een eigen koninkrijk tussen Frankrijk en het Heilig Roomse Rijk.

Gezicht op het hof te Brussel, de Coudenberg (Atlas van Loon)

Die droom spatte een dikke honderd jaar na het fameuze huwelijk in Gent abrupt uiteen bij de roemloze dood van Filips’ achterkleinzoon Karel de Stoute op het besneeuwde slagveld bij Nancy in 1477. Het ontbreken van een mannelijke erfgenaam bood Karels tegenstander Lodewijk XI van Frankrijk de kans om hier onmiddellijk van te profiteren en het hertogdom Bourgondië toe te voegen aan het Franse kroondomein. Daarmee was de rivaliteit tussen de Franse koningen en de Bourgondische hertogen definitief beslecht in het voordeel van Parijs. Karel de Stoutes dochter Maria van Bourgondië zag zich gedwongen tot een huwelijk met aartshertog Maximiliaan van Oostenrijk om tenminste haar Nederlandse erflanden – les pays de par-deçà – veilig te stellen voor de Franse machtshonger. Daardoor gingen de Nederlanden over van de Bourgondische naar de Habsburgse invloedssfeer. Via het huwelijk van haar zoon Filips de Schone met de Spaanse koningsdochter Johanna van Castilië zouden de Nederlanden uiteindelijk opgaan in het Habsburgse wereldrijk van Karel V. Maar dat is een ander verhaal.

Welke rol speelde een prestigieuze handschriftenverzameling in de geopolitieke thriller die zich gedurende meer dan een eeuw afspeelde tussen de vorstelijke residenties in Brussel en Dijon enerzijds en Parijs anderzijds? De Bourgondische hertogen daagden hun koninklijke opponenten op alle vlakken uit en daarbij kwam het er vooral op aan om zelf zo koninklijk mogelijk voor de dag te komen. Niet enkel een uitgekiende huwelijkspolitiek maar ook een tot de verbeelding sprekende hofcultuur moest de dynastieke ambities van de hertogen kracht bijzetten. Wie geen fan is zou kunnen zeggen dat ze een stelletje – weliswaar machtige – parvenu’s waren die alle middelen aanwendden bij het najagen van hun droom om zelf ooit een koningskroon te dragen. Het etaleren van macht en prestige en een luxueuze hofhouding waren daartoe onmisbare bouwstenen. Uitpakken met een kostbare collectie handschriften waarmee ze zich konden profileren als erudiete bibliofielen die tegelijk aan kunstmecenaat deden paste perfect in die strategie. Mooi verluchte handschriften waren in de veertiende en vijftiende eeuw kostbare objecten die de bezitters ervan status gaven. Of anders gezegd: hoe meer je ervan had, hoe rijker en belangrijker je was en hoe meer aanzien je genoot. Bovendien verleende het bezit van verluchte en mooi ingebonden gebedenboeken, historische kronieken of theologische traktaten hun eigenaars een aura van geleerdheid en godvruchtigheid, kwalificaties die contrasteerden met de rauwe machtspolitiek die de Bourgondische hertogen voerden in de Europese politieke arena van hun tijd. In marketingtermen uitgedrukt: luxueuze handschriften waren een instrument om aan imagebuilding te doen, en dat hadden de hertogen als geen ander begrepen.

Filips de Stoute

De Bourgondische Librije zou uitgroeien tot een van de belangrijkste handschriftencollecties in Europa. Ze kon wedijveren met gelijkaardige verzamelingen van de Franse en Engelse koningen of de paus. De grondlegger ervan was Filips de Stoute die niet enkel de basis legde voor de opgang van de Bourgondiërs in het Europese machtsspel, maar ook van de bibliotheek die de naam zou dragen van zijn dynastie en die uiteindelijk de verre voorloper werd van de huidige Koninklijke Bibliotheek van België. Als broer van de koning en lid van de hofraad verbleef hij vaak in Parijs en kocht of bestelde daar handschriften voor zijn bibliotheek. Die waren verlucht in de toen gangbare gotische stijl zoals we die ook kennen van ivoren diptieken of triptieken in klein formaat met religieuze voorstellingen in bas-reliëf. Die werden tijdens de late middeleeuwen onder meer in Parijs in groten getale geproduceerd als objecten voor privédevotie. Bij zijn dood in 1404 in Halle liet Filips de Stoute zijn handschriftencollectie na aan zijn zoon en opvolger Jan zonder Vrees. Die had het te druk met het realiseren van zijn politieke ambities – inclusief de moord in 1407 op zijn neef en rivaal Louis d’Orléans – om zich intensief met zijn bibliotheek bezig te houden. Toch kon hij de collectie uitbreiden met handschriften uit de erfenissen van zijn grootvader Lodewijk van Male en zijn oom Jean de Berry. Die laatste was een notoir handschriftenliefhebber die opdracht gaf tot het vervaardigen van het beroemde getijdenboek Les Très riches Heures du Duc de Berry, vandaag bewaard in het Musée de Chantilly.

Filips de Goede

Nadat Jan zonder Vrees in 1419 op zijn beurt vermoord werd bij uit de hand gelopen onderhandelingen met de dauphin – de latere koning Karel VII – op de brug van Montereau ten zuidoosten van Parijs kwam de handschriftencollectie in handen van zijn opvolger Filips de Goede. De Grote Hertog van het Westen zou tot 1467 over de Bourgondische erflanden regeren en van Brussel zijn voornaamste residentiestad maken. De bibliotheek, die vaak meereisde met de hertogen tijdens hun vele verplaatsingen van hun noordelijke naar hun zuidelijke bezittingen (les pays de par-delà et par-deça) kreeg een vast onderkomen in het paleis op de Coudenberg in Brussel. Filips de Goede begreep als geen ander het belang van propaganda en de rol die fraai verluchte manuscripten daarbij konden spelen. Hij breidde de collectie gevoelig uit en schakelde de meest bekwame kopiisten en verluchters in om luxueuze handschriften te vervaardigen. Hun namen klinken minder bekend dan die van illustere tijdgenoten als Jan van Eyck en Rogier Van der Weyden die op paneel schilderden, maar hun vakmanschap was even onovertroffen. De roem van de Bourgondische Librije berust voor een flink deel op het artistieke kunnen van boekverluchters als Simon Marmion, Jan Tavernier, Lieven van Laethem, Loyset Liédet en Willem Vrelant die topkwaliteit leverden voor de boekencollectie van de Bourgondische hertogen. De grenzen tussen paneelschilderkunst en miniatuurkunst waren trouwens zo goed als onbestaande: van Jan van Eyck en Rogier Van der Weyden is aangetoond dat ze ook als verluchters van handschriften actief waren en van Simon Marmion is bekend dat hij ook op paneel schilderde.

Jacques de Guise, Chroniques de Hainaut

Op het einde van de regeerperiode van Filips de Goede telde de inventaris van de bibliotheekcollectie bijna 900 nummers. Daarbij zaten klassiekers van de middeleeuwse literatuur zoals de Roman de la Rose en werk van Christine de Pizan, een van de weinige vrouwelijke auteurs uit de late middeleeuwen en al in haar eigen tijd een beroemdheid. Daarnaast filosofische werken van onder meer Aristoteles, getijdenboeken en religieuze literatuur over bijvoorbeeld de vier uitersten van de mens. Veel plaats werd ingeruimd voor kronieken en geschiedenissen van illustere voorgangers als Alexander de Grote, koning Arthur of Karel de Grote waarmee de Bourgondische hertogen zich graag vereenzelvigden.

Meermaals liet Filips de Goede zichzelf ook afbeelden, bij voorkeur op een halfbladminiatuur waarbij hij als opdrachtgever een pas voltooid handschrift in ontvangst neemt. Heel bekend is bijvoorbeeld de miniatuur bij het begin van de Chroniques de Hainaut, een veertiende-eeuwse geschiedenis van het graafschap Henegouwen die Filips uit het Latijn in het Frans liet vertalen om zijn aanspraken op het graafschap te onderbouwen. De miniatuur wordt toegeschreven aan Rogier Van der Weyden en toont de hertog staand onder een baldakijn omringd door zijn hovelingen met naast hem zijn zoon, de jonge graaf de Charolais die later als Karel de Stoute de geschiedenis zou ingaan. Vader en zoon dragen de ketting van de Orde van het Gulden Vlies, de door Filips de Goede in 1430 opgerichte ridderorde waarvan het lidmaatschap toen en nog lang nadien bijzonder gegeerd was bij leden van de hoge adel. Voor de hertog knielt de kopiist Jean de Wauquelin en biedt zijn opdrachtgever eerbiedig het eerste deel aan van de driedelige kroniek. Alles aan dit beeld draagt prestige en macht uit. De aanwezigheid van de hertog én zijn zoon en troonopvolger geeft de boodschap mee dat we hier te maken hebben met een vorstelijke dynastie die bovendien koninklijke ambities koesterde. Ook vandaag nog zijn de Chroniques de Hainaut met hun 1.700 pagina’s en 121 miniaturen een van de topwerken uit de Bourgondische Librije en bij uitbreiding van de Koninklijke Bibliotheek.

Onder Filips de Goede kende de Librije haar grootste uitbreiding en telde ze ongeveer 900 handschriften. Na zijn overlijden in 1467 ging ze over naar zijn zoon Karel de Stoute en tien jaar later naar diens dochter Maria van Bourgondië. Onder hun opvolgers was de bibliotheek niet langer een brandpunt van de vorstelijke prestigepolitiek. De rol van de Bourgondische hertogen was uitgespeeld en onder de Spaanse en Oostenrijkse landvoogden speelde de Librije geen rol van betekenis meer, te meer omdat sindsdien de boekdrukkunst het had overgenomen van de productie van handschriften. De eens zo prestigieuze handschriftencollectie zou het in de achttiende eeuw zwaar te verduren krijgen en werd het slachtoffer van een reeks calamiteiten. In 1731 brandde het Coudenbergpaleis af en ging een belangrijk deel van de boekenverzameling verloren. In een poging om toch zoveel als mogelijk te redden werden de meest kostbare handschriften uit de ramen gegooid maar een flink aantal bleef in de brand. Tijdens de Oostenrijkse Successieoorlog werd in 1746 een groot deel van de collectie overgebracht naar Parijs om pas in 1770 terug te keren. In 1794 deden de Fransen dit kunstje nog eens over en werd de Librije andermaal op transport gezet richting Parijs.

Loyset Liédet, Histoire de Charles Martel

Pas na de nederlaag van Napoleon en het Congres van Wenen kwam restitutie aan de orde. Die taak werd toevertrouwd aan Pierre Lammens, de bibliothecaris van de Gentse Ecole Centrale die naar Parijs trok om de verhuis te organiseren. Op veel medewerking van de Fransen hoefde hij echter niet te rekenen waardoor lang niet alle handschriften naar Brussel terugkeerden maar in Parijse bibliotheken achterbleven. Als klap op de vuurpijl brak in 1827 ook nog eens brand uit in het achttiende-eeuwse paleis van Karel van Lotharingen waar de teruggekeerde collectie was ondergebracht. De handschriften zelf bleven gespaard maar leden aanzienlijke schade door het bluswater. Van de oorspronkelijke 900 handschriften die zijn opgelijst in de vijftiende-eeuwse inventaris zijn er vandaag nog bijna 300 aanwezig in de Koninklijke Bibliotheek. Een 100-tal andere zitten in andere Europese of Amerikaanse bibliotheken of in privéverzamelingen.

Gerrit Vanden Bosch

Bibliografie:

J. Bouniton, E. Savini, B. Bousmanne (eds.), KBR museum. De Librije van de hertogen van Bourgondië, Brussel, 2020.

Hella Haasse, Het woud der verwachting. Het leven van Charles van Orléans (eerste druk 1949).

Bart Van Loo, De Bourgondiërs. Aartsvaders van de Lage Landen, Amsterdam, 2019.