Het huis Autrique

Wie Victor Horta zegt, zegt ook Brussel … en ook een beetje Post Factum. In het verleden bezochten we reeds meermaals gebouwen van de hand van deze Brusselse architect: het woonhuis en het museum van Horta, de hôtels Solvay, Van Eetvelde en Tassel, de vroegere Warenhuizen Waucquez,… Op 15 februari 2026 voegen we aan dit palmares ook het Huis Autrique toe. Olaf Winkler, gids van VZW Korei, leidt ons rond in het huis Autrique, één van de eerste panden van de hand van de meester.

In 1893 – het bouwjaar van het huis Autrique – was Victor Horta 32 jaar oud. Hij stond aan de vooravond van een beloftevolle carrière. Hij was reeds verantwoordelijk voor enkele huizen in Gent, en in Brussel had hij zich laten opmerken door het Tempeltje met het reliëf van de Menselijke Passie in het Jubelpark (met de controversiële sculptuur van Jef Lambeaux), het huis Matyn (Sint-Gillis), het huis Henri van Gutsem (Sint-Joost-ten-Node) en het huis Tassel dat in dezelfde periode als het huis Autrique tot stand komt. Horta was op dat ogenblik lid van de Brusselse vrijmetselaarsloge Les Amis Philantropes waar hij kennismaakte met academici en vooruitstrevende Brusselse burgers bij wie hij gretige afnemers voor zijn nieuwe creaties vond. Eén hiervan was zijn vriend Eugène Autrique. Deze ingenieur bij Solvay vroeg hem in 1893 om een huis voor hem te ontwerpen. De wensen van Autrique waren eenvoudig: “geen enkele luxe, geen enkele extravagantie: een bewoonbaar souterrain, een waardige vestibule en trappenhuis, de salon en de eetkamer prettig samen, een eerste etage met bad en toilet (nog niet gebruikelijk in die periode) en een tweede mansardeverdieping voor kinderen en personeel” (V. Horta, Memoires, p . 31). Samen met het Hôtel Tassel vertoonde het huis van Autrique de typische kenmerken van het oeuvre van Horta: de integratie van de woning met de straat, de bel étage, het souterrain, de muurbekleding van verschillende diktes, de co-existentie van symmetrie met niet-symmetrische vormen, het gebruik van glas en metaal,…

Het bouwterrein van de nieuwe woning lag langs de Haachtsesteenweg op het grondgebied van Schaarbeek. De grond werd tijdens een openbare verkoop door Horta zelf gekocht, in naam van Eugène Autrique. Het was de periode dat Brussel zich uitbreidde tot buiten zijn middeleeuwse wallen en de landelijke gemeenten omvormde tot (voorlopig rustige) woonoorden van de burgerij. Zo leek ook Schaarbeek in de 19de eeuw nog weggelopen uit een schilderij van Brueghel: velden, beken, windmolens en boomgaarden met de cerises du nord (kleine kersen met zure smaak en grote pit) vormden de skyline van het noorden van Brussel. De Haachtsesteenweg was de oudste verbindingsweg doorheen dit landschap. Hij vormde al eeuwen een belangrijke as tussen de hoofdstad en het platteland. De buurt rond deze steenweg en de nieuwe Louis Bertrandlaan moeten eind 19de eeuw een ware bouwwerf geweest zijn. Niet alleen werden op dat ogenblik vele andere woonhuizen gebouwd. Ook het stadhuis werd ingehuldigd en de paardentramlijn deed zijn intrede.

Avenue Bertrand

1893 was ook het moment waarop er in Schaarbeek verschillende industrieën verschenen: stokerijen, lijm-, vernis- en rubberfabrieken, ijzer- en kopergieterijen, chocoladehuizen, speelkaartateliers, … De bedrijfsleiders en hun bedienden lieten in de onmiddellijke nabijheid statige herenhuizen bouwen in een stijl die het midden hield tussen eclecticisme en de meer modernistische invloeden van dat ogenblik. Tijdgenoten van Horta konden er hun architectonische talenten botvieren. Zo kan men in de buurt nog steeds gevels bewonderen van Henri Jacobs, Gustave Strauven en Franz Hemelsoet.

Eugène Autrique (1860-1912) was in 1893 een beginnend ingenieur en bezat nog maar pas een vaste betrekking aan de Polytechnische School van Brussel. Eén van zijn collega’s was Emile Tassel die hij ook ontmoette in dezelfde loge waartoe Horta behoorde. Aangezien de Autriques niet overdreven bemiddeld waren, paste Horta in die tijd voor zijn vriend het ereloon aan om de kwaliteit van de gekozen materialen te kunnen garanderen. Toch was het huis groot genoeg voor een klein gezin (het echtpaar Autrique en hun enig kind). Het betrok de woning in 1895 en bleef er twaalf jaar wonen. De huishoudelijke taken werden wellicht toevertrouwd aan een dienstmeisje dat op zolder inwoonde. Eugène Autrique aanvaardde later de functie van secretaris van de Gasmaatschappij van Constantinopel en ook die van de Société Anonyme Luxembourgeoise des Chemins de Fer et Minières Prince Henri, voorloper van de huidige Nationale Maatschappij van Luxemburgse Spoorwegen. Tegelijkertijd was hij aan de ULB werkleider van de afdeling Topografie.

Om een onbekende reden moest de familie afstand doen van het huis langs de Haachtsesteenweg: in de herfst van 1907 werd het verkocht en installeerden de Autriques zich in Tervuren. Ze bewoonden er een karaktervolle villa omgeven door een schitterende tuin. Eugène Autrique was in februari 1912 verplicht om gezondheids-redenen zijn functie als lesgever te laten vallen. Hij sterft enkele maanden later.

De nieuwe eigenaar van het huis aan de Haachtsesteenweg werd Alfred Duchateau, een jonge ingenieur uit de streek van La Louvière, afkomstig uit een grote familie die actief was in de staalindustrie. Het gezin van Alfred Duchateau verliet het huis bij het uitbreken van de Grote Oorlog. Nadien wordt het pand overgenomen door Edmond, de jongere broer van Alfred, die er bleef wonen tot 1940. Op het einde van de jaren 1930 verbleven er zelfs drie generaties in het huis (de grootouders Edmond en Magdeleine samen met hun kinderen en kleinkinderen, en met een kindermeisje voor het jongste kleinkind). Vanaf 1943 werd de woning gehuurd door de meubelmaker Jean-Pierre Linster. Het gelijkvloers en de eerste verdieping werden omgevormd tot toonzalen voor meubelen die in een atelier in de buurt werden gefabriceerd. Linster kende de reputatie van Victor Horta en meende dat het huis de ideale plek was voor het aanprijzen van zijn luxemeubelen.

Toen de familie Duchateau het huis in 1986 uiteindelijk verkocht kwam het in handen van een kunstminnend echtpaar dat zeer goed het kunsthistorisch belang van de woning inschatte. Het was immers de periode dat de art nouveau op een hernieuwde belangstelling kon rekenen. De nieuwe eigenaars vatten onmiddellijk het plan op om het gebouw zijn vroegere glans terug te geven. Ze werkten een restauratieplan uit en lieten alvast de gevel grondig reinigen. Voor de overige werken werden er onvoldoende middelen gevonden zodat een grondige restauratie op een dood spoor zat.

Eugène Autrique

Uiteindelijk wordt het huis in 1996 aangekocht door de gemeente Schaarbeek. Met de middelen van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest en enkele firma’s werd het huis onder leiding van de architect Francis Metzger gerestaureerd. Dit was ook wel nodig want op een eeuw tijd hadden de decoratieve elementen en de inrichting van de kamers heel wat transformaties ondergaan. Daarbij kwam dat er bitter weinig documenten over de originele constructie bewaard zijn. Het team moest zich dus laten leiden door het huis zelf en door te werk te gaan als echte archeologen. Dit betekende: bodem- en muuronderzoek, de systematische verwijdering van de verflagen, … Hierdoor konden de restaurateurs alle keuzes die op de werkplaats van Horta gemaakt werden, gereconstrueerd worden. Toen in 2004 de restauratie afgerond was, bleek dat Metzger erin geslaagd was om de originele bezieling van Horta aan de woning terug te geven. Veel is te danken aan de stripauteur François Schuiten die zich meer dan tien jaar als mentor en geestelijke vader van het restauratieproject heeft ingezet. Dit verklaart ook waarom het huis zich vandaag graag profileert als een centrum voor de verbeelding en het stripverhaal.

Ter gelegenheid van het jaar van de Art Deco in Brussel loopt er in huis Autrique tijdens ons bezoek een tijdelijke tentoonstelling over de vrijetijdsbesteding en het dagelijks leven van de Brusselaars in het interbellum. De jaren 1920 – 1940 is een periode van dynamiek en innovatie, gekenmerkt door de opkomst van snelheid, de doorbraak van de geluidsfilm, de magie van de radio en de popularisering van sport en entertainment.

Aan de hand van affiches, foto’s, objecten en illustraties beleeft men er  het bruisende en vernieuwende Brussel van toen, waar getalenteerde kunstenaars en grafisch ontwerpers zoals Leo Marfurt en René Magritte hun stempel op de tijd drukten. Het wordt een fascinerende duik in de creativiteit en het optimisme van deze bijzondere periode. Maar bovenal blijft het huis Autrique een must voor iedere liefhebber van de art nouveau en zeer interessant om de ontwikkeling in het werk van Victor Horta beter te begrijpen.

Patrick Praet