UCLouvain – KU Leuven: tijd voor hereniging
Op 9 november 2025 gaat Post Factum op bezoek in Louvain-la-Neuve: een uniek voorbeeld van moderne stadsontwikkeling én met een rijk historisch verleden. De aanleiding voor ons bezoek is het feit dat er twee universiteiten zijn die dit jaar dezelfde verjaardag vieren. Het is immers 600 jaar geleden dat de Katholieke Universiteit Leuven werd opgericht, die zowel de voorloper is van de KUL als van de UCL. Die verjaardag vieren ze dus niet alleen in Leuven, maar ook in Louvain-la-Neuve. Voor sommige (bestuurs)leden is dit een nostalgisch bezoek want tijdens onze studententijd begin de jaren 1980 spoorden verschillende studenten van de afdeling geschiedenis uit Leuven regelmatig naar Louvain-la-Neuve. De collectie van de universiteitsbibliotheek werd immers bij de splitsing eind jaren 1960 opgedeeld volgens plaatsingsnummer. De even nummers kwamen de UCL toe, de oneven nummers werden eigendom van de KU Leuven. Je moest maar de pech hebben dat het boek dat je nodig had, verhuisd was naar daar….

‘Leuven Vlaams’ of ‘Walen buiten’
Louvain-la-Neuve is een relatief jonge studentenstad in België, ontstaan in de jaren 1960-1970 als rechtstreeks gevolg van de taalstrijd tussen Nederlandstaligen en Franstaligen. De strijd om Leuven Vlaams was de strijd van Vlaamse studenten en professoren voor de taalkundige splitsing van de Katholieke Universiteit Leuven tijdens de jaren 1960. Die bereikte zijn hoogtepunt op 15 januari 1968, enkele maanden voor de studentenrevolte van mei 1968.
In Leuven bestonden sinds de Tweede Wereldoorlog in feite twee universiteiten, een Franstalige en een Nederlandstalige, allebei volkomen geïntegreerd onder een unitaire leiding. Op 30 juli 1963 werd de taalwet in onderwijszaken van kracht die het principe ‘streektaal is onderwijstaal’ bekrachtigde. Dat principe dateerde reeds van 1932 en had een einde gemaakt aan het bestaan van de zogenaamde transmutatieklassen waardoor het mogelijk werd dat er in Vlaanderen onderwijs in het Frans werd georganiseerd. Als enige uitzondering daarop mocht de Katholieke Universiteit Leuven volgens de taalwetgeving echter tweetalig blijven. Sedertdien kwamen er steeds meer stemmen op om de Leuvense universiteit volledig te vernederlandsen. Los van de taalproblematiek groeide ook het besef dat de stad Leuven op termijn de groeiende studentenbevolking niet zou kunnen dragen.
Een opeenvolging van gebeurtenissen zorgde voor de escalatie van het conflict. De heibel ontstond als gevolg van de taalproblemen tussen Nederlandstalige patiënten en Franstalige artsen in het Sint-Pietershospitaal en het algemene tekort aan ziekenhuisbedden in het Leuvense. Dat leidde ertoe dat de Franstalige medici zich vanaf 1962-1963 oriënteerden op het Brusselse, waar ze in de loop van de volgende jaren hun medische campus, Saint-Luc (‘Louvain-en-Woluwe’), in Sint-Lambrechts-Woluwe uitbouwden. Daarnaast was er het voornemen om Franstalige kandidaturen in te richten in de streek van Waver om aldus Leuven te ontlasten. Zo ontstond het beeld dat de Franstalige vleugel van de Leuvense universiteit zich zou uitbreiden in de driehoek Leuven-Waver-Woluwe met een uitbreiding van de verfransing van Brussel over Vlaams-Brabant tot gevolg.

Op die manier groeide de Leuvense kwestie uit tot een nationaal probleem. In een mandement op 13 mei 1966 verwierpen de Belgische bisschoppen vervolgens de Vlaamse eisen tot overheveling van de Franstalige afdeling. De Belgische bisschoppen stelden een compromis voor: een spreiding van de kandidaturen, Franstalige en Nederlandstalige, maar gekoppeld aan een blijvende institutionele, functionele en geografische eenheid van de Leuvense universiteit. Het mandement werd als autoritair en anti-Vlaams ervaren. Er volgde een massaal protest van de Vlaamse studenten.
Op 14 januari 1968 maakte de Franstalige Academische raad een groot expansieplan bekend, waarin het behoud van de vestigingen in Sint-Lambrechts-Woluwe en Waver én het behoud van de volledige universiteit in Leuven geëist werd. De rellen die daarop volgden, waren zo hevig dat de examens werden opgeschort. Leuven veranderde gedurende enkele weken in een bezette stad. In die sfeer bestempelde de bisschop van Brugge, Emiel Jozef De Smedt, het mandement van 1966 als een vergissing. Enkele dagen later werd hij bijgetreden door andere Vlaamse bisschoppen. Op 7 februari 1968 viel de regering-Vanden Boeynants I na een interpellatie in het parlement door Jan Verroken, fractieleider van de toen nog unitaire regeringspartij CVP/PSC.
De splitsing was onafwendbaar geworden. Op 10 februari 1968 kondigden de Belgische bisschoppen aan dat de geografische eenheid van de universiteit voor hen geen breekpunt meer was. Na de vervroegde verkiezingen op 31 maart 1968 nam de nieuwe rege-ring Gaston Eyskens IV de splitsing op in haar regeerprogramma. De eigenlijke splitsing gebeurde in 1970, maar het zou nog tot 1978 duren vooraleer alle Franstalige activiteiten van de universiteit definitief naar Louvain-la-Neuve waren overgeheveld.
Louvain-la-Neuve in het begin
De stad Louvain-la-Neuve vindt zoals hierboven beschreven haar oorsprong bij de splitsing van de Katholieke Universiteit Leuven in 1968: de Nederlandstalige tak bleef in Leuven, terwijl de Franstalige afdeling op zoek moest naar een nieuwe locatie. De oprichting van een nieuwe universiteit was een complexe en ambitieuze onderneming. Édouard Massaux, bisschop en Franstalig prorector van de KU Leuven, en later eerste rector van de Université catholique de Louvain (UCL), gaf professor Michel Woitrin de opdracht om dat gedurfde stedenbouwkundige project te realiseren. Woitrin stelde een team van architecten en stedenbouwkundigen samen, waaronder Raymond M. Lemaire, Jean-Pierre Blondel, Pierre Laconte, Bernard de Walque en Jean Remy om de klus te klaren. In plaats van de nieuwe universiteit ergens in een bestaande Waalse stad in te plannen, werd gekozen voor een totaal nieuw geheel, een nieuwe universiteit in een nieuwe stad.
Na grondige studies werd in 1969 daarvoor een locatie nabij Ottignies gekozen: een uitgestrekt, heuvelachtig plateau aan de rand van het Bois de Lauzelle, met slechts enkele boerderijen (zoals Biéreau en Blocry) en een paar huizen in het gehucht La Baraque. Die namen komen vandaag nog terug in het straatbeeld. De centrale ligging ten opzichte van Brussel, Namen, Nijvel en Charleroi, evenals de nabijheid van spoor- en snelwegverbindingen, maakten die plek bijzonder geschikt.

De bouw van Louvain-la-Neuve begon in 1971, met als doel een volledig nieuwe universiteitsstad te creëren: functioneel, duurzaam en architectonisch vooruitstrevend. Vanaf 1972 vestigden de eerste bewoners er zich, voornamelijk universiteitspersoneel en studenten. Naarmate de faculteiten uit Leuven verhuisden, groeide de bevolking gestaag.
Van meet af aan streefde de universiteit ernaar om naast academische activiteiten ook bedrijven aan te trekken die zich toelegden op onderzoek en ontwikkeling. Zo werd in 1971 het eerste wetenschapspark van België opgericht: het Louvain-la-Neuve Science Park. Met een oppervlakte van 231 hectare biedt het vandaag onderdak aan meer dan 100 bedrijven en circa 4.500 jobs. Daarmee is het uitgegroeid tot een belangrijke economische motor in een regio die voordien vooral agrarisch was en sterk gericht op Brussel.
Het stedenbouwkundige ontwerp van Louvain-la-Neuve focuste op een compacte, autoluwe campus met een duidelijke functionele indeling. De gebouwen zijn ontworpen in een moderne stijl (brutalisme), met aandacht voor open ruimtes, wandelpaden en groene zones die bijdragen aan een aangename studie- en leefomgeving. De architectuur combineert praktische bruikbaarheid met esthetiek, en houdt rekening met toekomstige uitbreidingen. Het centrum van de stad rust op een betonnen sokkel van 12,6 hectare en 39 cm dik, die het stratennet, de parkeerplaatsen en het station overspant. Daarop zijn de gebouwen opgetrokken.

Louvain-la-Neuve vandaag
Louvain-la-Neuve is vrijwel volledig eigendom van de universiteit, inclusief de publieke infrastructuur. Gebouwen worden via een speciaal erfpachtsysteem verhuurd. De universitaire infrastructuur is verspreid over de stad, die intussen ter plekke elf faculteiten telt en internationaal erkend is in diverse disciplines. De belangrijke faculteit geneeskunde, met onder andere Nobelprijswinnaar Christian de Duve (1974), bleef wel in Brussel.
Naast academische functies biedt de stad ook alle voorzieningen van een volwaardige stad: bedrijven, overheidsdiensten, culturele instellingen en een hoge woondensiteit gaan hand in hand met het universitaire leven. Door de snelle groei van de universiteit en het stijgende aantal studenten onderging Louvain-la-Neuve de laatste jaren meerdere uitbreidingen en renovaties. De stedenbouwkundige visie bleef daarbij gericht op het behoud van een menselijke schaal en een aangename leefomgeving, passend bij het academische en sociale karakter van de stad. Het is een voorbeeld van een innovatieve manier van stadsplanning en architectuur die zorgt voor een unieke sfeer. Een aanrader ook voor wie houdt van Street Art, die overvloedig aanwezig is.
Carine De Vos