Goya

Weinig kunstenaars prikkelen zozeer de verbeelding als Francisco José de Goya y Lucientes (1746-1828). De Spaanse schilder, tekenaar en etser was in zijn tijd een absoluut buitenbeentje. In zijn werk zijn invloeden merkbaar die teruggaan tot Bosch, Brueghel en Velazquez. Omgekeerd zijn ‘moderne’ kunstenaars zoals Picasso en Dali schatplichtig aan de fantasierijke vormentaal van Goya. Met zijn scherpe maatschappijkritiek op oorlog, bijgeloof en menselijke immoraliteit oogt hij vandaag bijzonder actueel. De keuze voor Goya als thema voor de hoofdtentoonstelling van Europalia Spanje komt dus op het juiste moment. De expo toont de veelzijdigheid van een kunstenaar als chroniqueur van gekroonde hoofden en volksfeesten, maar ook als gekwelde waarnemer van het menselijk handelen. ‘Luz y sombra’. Goya en het Spaanse realisme licht een tipje van de sluier op van een kunstenaar met vele gezichten. Post Factum heeft alvast een gids vastgelegd voor 7 december.

Karel IV van Spanje en zijn familie, 1800-1801 (Madrid, Prado)

Geboren in een middenklasse-gezin uit Aragon, werd Goya’s talent vroeg opgemerkt. Zijn ouders gaven hem de kans om zich bij te scholen bij de beste schilders van zijn tijd, waaronder Anton Mengs, die toen dé vertegenwoordiger was van het artistieke traditionalisme aan het Spaanse hof. Niets liet uitschijnen dat Francisco zou uitgroeien tot een van de meest eigenzinnige kunstenaars van zijn tijd.

Hij was al 40 jaar toen hij uiteindelijk zelf als hofschilder in dienst van de Bourbons terecht kwam. De eerste jaren lijkt hij zich gedwee van zijn taak te kwijten. Hij liet zich opmerken door groeps- en individuele portretten van de koninklijke familie en de adel aan het hof. Wie vandaag in het Prado die portretten gaat bekijken, merkt onmiddellijk dat Goya verder gaat dan het formalisme aan het hof. Voor hem zijn de koning en zijn familie mensen van vlees en bloed.

El agorrotado (1775-1778)

Dat hij echter reeds als jonge kunstenaar buiten de lijntjes kleurde, mag blijken uit de voorstelling van een gewurgde man die doet denken aan Jezus, maar die tegelijk de folter- en executiepraktijken in Spanje pijnlijk weergeeft. Hofschilder was voor hem gewoon een job, maar diep in hem stormde het …

Goya bleef in dienst van de monarchie, ook toen Spanje onder de voet werd gelopen door het Franse leger (1808-1814). Op dat ogenblik had de schilder al een bewogen leven achter de rug. In 1793 was hij slachtoffer van een mysterieuze ziekte waaraan hij een doofheid over hield, een kwaal waaronder hij tot zijn dood gebukt ging. Of deze kwaal de enige reden was voor de sombere kentering in zijn werk zullen we nooit weten. Maar in elk geval bewandelde Goya vanaf dan een nieuw kunstenaarsparcours. Zijn werk krijgt vanaf 1793 een grotere diepte. Het lijkt alsof zijn doofheid hem scherper bewust maakte van de onvolkomenheden van Spanje en zijn bevolking. Zijn beeldentaal werd rijker en enigmatischer. Soms gaf hij zelf toelichting bij zijn werk, maar meestal is het aan de kijker om de boodschap ervan te achterhalen. Het maakt het mysterie van zijn schilderijen, tekeningen en etsen enkel maar groter.

Si sabrá mas el discipulo (1799)

Vrienden en tijdgenoten omschreven de kunstenaar als een man die gedreven was door de nieuwe ideeën die Europa beroerden. Zijn verlichte maatschappijvisie sijpelt door in Los Caprichos (letterlijk: De grillen), een serie van 80 etsen die hij tussen 1797 en 1799 creëerde. De prenten laten zich lezen als de satirische analyse van een man die de Spaanse samenleving toetste aan de nieuwe ideeën van redelijkheid en humaniteit. Zijn analyse is vlijmscherp. Vooral de katholieke kerk moest het ontgelden, zowel de inquisitie als product van een  obscurantistische godsdienst-visie àls de inhaligheid van priesters en monniken. Daarnaast veegt Goya ook de vloer aan met de argeloosheid van de bevolking die zich door mooie praatjes laat verleiden.

Het bijgeloof, de hebzucht, de sentimenten die helder denken in de weg staan, de incompetentie van het onderwijs, … het wordt allemaal op een burleske manier voorgesteld in een wereld van vervormde menselijke figuren, expressieve houdingen, dieren met menselijke allures … Goya voorziet elke tekening van een korte toelichting of een retorische vraag die de satire nog versterkte. Zo krijgt de prent met een leraar en leerlingen voorgesteld als ezels, de ondertitel: ‘Si sabrá mas el discipulo?’ (Als de leerling nu eens meer wist?). In Los Caprichos is het zoeken naar het vooruitgangsoptimisme van de Verlichting, eerder heerst de twijfel of de mens wel in staat is tot redelijkheid en humaniteit.

El sueño de la razón produce monstruos’ (1799)

De meest iconische én representatieve prent die de toenemende scepsis van Goya weerspiegelt, is ongetwijfeld ‘El sueño de la razón produce monstruos’ (‘De slaap van de rede brengt monsters voort’). We zien een man die, overmand door de slaap, zijn hoofd in zijn armen verbergt terwijl boven hem uilen en vleermuizen fladderen. De slapende man zou Goya zelf zijn, terwijl de uilen en de vleermuizen respectievelijk de wijsheid en de onwetendheid voorstellen. De betekenis lijkt duidelijk: wie zijn verstand niet gebruikt, wordt het slachtoffer van dwaasheid, misleiding en foute aannames. Veel verlichter kan het niet meer worden.

Of zijn we te snel met onze conclusie? Goya voegde immers zelf een commentaar toe die leidt tot een enigszins afwijkende interpretatie. Vrij vertaald zegt hij: wanneer de verbeelding – sueño betekent evenzeer ‘droom’ – verstoken is van de rede worden monsters geproduceerd, maar wanneer de rede op hol slaat, gebeurt dat evenzeer. In de kunst gaan, aldus Goya, verbeelding en rede met andere woorden hand in hand. De commentaar bij de prent typeert de complexiteit van de kunstenaar. Hij was niet alleen een product van de Verlichting, maar evenzeer van de Romantiek, waarin de kunstenaar zijn verbeelding de vrije loop laat gaan. Ook zijn gebruik van bizarre dieren, de vervorming van figuren, de vervaging tussen mens en dier, de vrije associatie van figuren, … zijn kenmerken van de Romantiek … evenzeer als van het latere surrealisme trouwens …

Hoe Los Caprichos bij het Spaanse publiek zijn onthaald, is onduidelijk. Blijkbaar was de reeks in Madrid goed bekend en begrepen tijdgenoten wel degelijk de boodschap. Voor koning Karel IV was er blijkbaar geen probleem, want kort na de uitgave werd Goya tot eerste hofschilder gepromoveerd. Toch was de kunstenaar niet helemaal gerust in mogelijke represailles van de Kerk. Om te vermijden dat de etsplaten en een aantal afdrukken in 1807 in handen van de inquisitie zouden vallen, bracht hij ze in veiligheid aan het Madrileense hof.

De politieke en militaire ontwikkelingen in Spanje vormden tijdens de daaropvolgende jaren weinig reden om Goya’s gemoedstoestand op te fleuren. In 1808 brak op het schiereiland de oorlog uit met het napoleontische Frankrijk. Spanje onderging een brutale bezetting waarbij Franse soldaten ongemeen hard optraden tegen de guerrillaoorlog van de Spanjaarden. Het inspireerde Goya tot zijn meest monumentale werk ‘El Tres de Mayo de 1808’ (De derde mei van 1808), dat de executie van Spaanse rebellen voorstelt (1808). Het iconische meesterwerk zal niet te zien op de expo in Brussel, maar dat is wel het geval met een aantal etsen uit ‘Los desastres de la guerra’: een serie van 82 diepdrukken die de gruwelen van de Frans-Spaanse oorlog voorstelt. Los Desastres kwamen tot stand tussen 1810 en 1815 en tonen een Goya die zijn geloof in de fundamentele goedheid van de mens helemaal lijkt te zijn verloren. De eerste etsen van de reeks kunnen gelezen worden als een aanklacht tegen de brutaliteiten van de Franse bezetter.

‘El Tres de Mayo de 1808’ (De derde mei van 1808)

Geen enkel bloedig detail wordt de kijker bespaard. We zien de meest macabere folteringen, gemutileerde lichamen, vrouwen die zich verdedigen tegen wellustige soldaten, mensen die op het slagveld op zoek gaan naar hun dierbaren, … De weergave van de oorlogshorror was weliswaar niet nieuw in de kunstgeschiedenis, maar nooit was de gruwel zo rauw weergegeven. Voor Goya heeft oorlog niets heroïsch: het brengt enkel het slechte in de mens naar boven. Opvallend … de schilder kiest ook geen partij; aanvankelijk gecharmeerd door de idealen van de Franse revolutie verliest hij ook daarin zijn vertrouwen. Oorlog is voor hem de universele omkering van de Verlichting. Niemand gaat vrijuit, ook niet de Spaanse rebellen die zich overgeven aan nodeloze wraakacties.

Minder bekend is dat Los Desastres niet alleen over de Frans-Spaanse oorlog (1808-1814) handelen, maar ook een visueel relaas brengen over wat er nadien in Spanje gebeurde: een zware hongersnood en de restauratie door de Bourbons. Over het herstel van de macht van monarchie en kerk is Goya opnieuw zeer bitter. De laatste 18 prenten van de reeks vormen een aanklacht tegen de laatste oprispingen van de Spaanse inquisitie en de antiliberale repressie die onder Ferdinand VII werd gevoerd.

No quieren (Ze willen niet). Een oude vrouw zwaait met een mes om een jonge vrouw te verdedigen die op het punt staat om aangerand te worden door een Franse soldaat (plaat nr. 9) (uitgave van 1863)

In tegenstelling tot Los Caprichos raakten Los Desastres nauwelijks bekend in Spanje. Goya moet hebben beseft dat zijn etsen politiek te explosief waren. Misschien wou hij zijn eigen geprivilegieerde positie niet in gevaar brengen. Uiteindelijk werden de prenten pas in 1863 uitgegeven, 35 jaar na zijn dood. Veel was hij nochtans aan het hof niet meer te zien. Hij trok zich terug op zijn landgoed buiten Madrid, bekend als de Quinta del Sordo (Het huis van de dove man). Daar stortte hij zich op een reeks muurschildereringen waarin zijn zwartgallige kijk op de mensheid, zijn fysieke klachten en angstaanvallen werden gebald in wat bekend is geraakt als Las Pinturas Negras (Zwarte schilderijen).

In 1824 verliet de schilder voor het eerst sinds een halve eeuw zijn vaderland. Hij trok zich terug in Bordeaux, waar hij vier jaar later op 82-jarige leeftijd overleed. Francisco de Goya kon terugblikken op een leven dat zich op het snijpunt van twee perioden afspeelde. Zijn persoonlijke leven was even turbulent als de historische gebeurtenissen die zijn levenspad doorkruisten. Tot het moment dat het revolutionaire vuur door Europa trok, leek hij ingekapseld in de veilige en geprivilegieerde omgeving van het Madrileense hof. Over wat Goya echt dacht, komen we weinig te weten, maar zijn grafisch werk biedt een inkijk. Zo weten we dat hij met zijn voeten volop in de Verlichting stond. Maar tegelijk was zijn leven het schoolvoorbeeld van de gekwelde romantische kunstenaar die worstelde met zichzelf. In zijn latere werk lijkt hij het geloof in de vooruitgang en de mens helemaal verloren.

Dat het werk van Goya in de tentoonstelling in de Bozar wordt geconfronteerd met hedendaagse kunst, kan de klassieke kunstliefhebber misschien met de ogen doen rollen …: ‘toch niet opnieuw …’ Deze keer is dat echt niet nodig: het werk van de Spaanse meester vráágt gewoon om een dialoog met latere kunstenaars en de wereld van vandaag. Zijn thema’s zijn universeel een eeuwig, ze houden de mens een ongemakkelijke spiegel voor. Actueler kan het in 2025 niet meer worden. Ondanks de grimmigheid van zijn latere werk heeft Goya in de expo ‘Luz y sombra’misschien voor ons ook een boodschap in petto: het licht blijft schijnen zolang de mens zijn hoofd erbij houdt.

Patrick Praet

Literatuur