Kortrijk in de 18de eeuw
Kortrijk, in hippe moderne termen K-town of het hart van het ‘Texas van Vlaanderen’, is zoveel meer dan de stad van de Guldensporenslag. Er is met name heel wat moois te zien uit de 18e eeuw. De voorafgaande 17e eeuw was voor de stad een bijzonder woelige en funeste periode. Ze werd herhaaldelijk bezet door de Fransen en bij die gelegenheden gedeeltelijk in puin gelegd. Met de terugkeer van de vrede en het Oostenrijkse bewind slaakten de bewoners collectief een enorme zucht van opluchting. Zij vierden hun herwonnen welstand en optimisme met een bouwwoede waarvan we vandaag nog verschillende schitterende staaltjes kunnen bewonderen. Een must voor liefhebbers van empirestijl, rococo en classicisme.
Eind 17de eeuw wordt Kortrijk voor de vierde keer in vier decennia door de troepen van de Franse Koning Lodewijk XIV bezet. Die bezetting wordt beëindigd met het Verdrag van Regensburg in 1684, waarin Kortrijk wordt gebruikt als pasmunt. De Franse troepen moeten Kortrijk demilitariseren en blazen voor hun terugtrekking het Bourgondische kasteel, de stadspoorten en de citadel tussen Plein en Leie op met buskruit. Kortrijk komt opnieuw in handen van de Spanjaarden. Maar lang duurt dat niet, begin 18de eeuw is de stad opnieuw Frans grondgebied. Een Brits leger o.l.v. John Churchill, Graaf van Marlborough, herovert de stad. Met de Vrede van Utrecht in 1713 wordt Kortrijk aan de Oostenrijkers toegewezen.
De rust keert weer onder de Oostenrijkers
In die periode telde Kortrijk zo’n 10 000 inwoners, tegen het einde van de 18de eeuw zo’n 14 000. Onder Keizer Karel VI en Keizerin Maria Theresia blijft het betrekkelijk rustig in de stad. Een groot deel van Vlaanderen, Henegouwen en Picardië worden met het trekken van de landsgrens tussen Frankrijk en de Oostenrijkse Nederlanden Frans grondgebied. De textielproducenten en handelaars aldaar worden concurrenten, die bovendien sterk worden gesubsidieerd door de Franse overheid. Desondanks trekt ook aan deze kant van de grens de textielsector opnieuw aan, met nieuwe afzetmarkten in Spanje en Oostenrijk.

Kooplui doen gouden zaken
Door de aanleg van Theresiaanse steenwegen wordt Kortrijk beter verbonden met Gent, Brugge, Menen, Rijsel en Doornik. De mode doet zijn intrede, er komen bazars en speciaalzaken met nieuwe producten. De textielkooplui doen gouden zaken. De gids loodst je langs prachtige gevels in empire, rococo- en classicisme op de Grote Markt, Budastraat, Broelkaai en Groeningestraat. Hij vertelt over de overgang van diephuizen met houten gevels en rieten daken naar breedhuizen in steen en daken met pannen en leien. In die huizen schuilen verhalen over de Kortrijkse plutocratie in de pruikentijd. Over hoe Jean-Baptiste Gellinck zijn adellijke titel verwierf, waarom Petronella Vanneste haar houten gevel moest vervangen, waarom burgemeester Vanderstraeten zijn eigen dochter opsloot in een klooster, over Textielhandel Bethune et Fils en de familie de Bethune, dokter Jan Palfijn, de griffier en de armendis, Schinkeltje en Kortrijks grote voet.

Naar het einde van de eeuw toe wordt het erg woelig. Enkele vooraanstaande Kortrijkzanen spelen een rol in de Brabantse Omwenteling van 1789. Maar de gewone Kortrijkzaan is opgelucht dat de Oostenrijkers na minder dan een jaar terug in het land zijn. In 1795 delven ze echter het onderspit tegen de Fransen en gaat ook hier het eeuwen oude feodale systeem op de schop. Vader, zoon en kleinzoon Le Camus, een driegeslacht van burgemeesters, maken de overgang van het Ancien Régime naar de Moderne Tijd van dichtbij mee.

Bart Hanson